Met Wired kun je op verschillende manieren in de klas differentiëren: vijf praktische tips.

Tip 1: Bepaal per leerling welke ‘editie’ van Wired het meest geschikt is

Niemand die jouw leerlingen beter kent dan jijzelf. Na ze een paar weken in de les te hebben gehad, kun je hun niveau goed inschatten en kun je leerlingen in feite ‘op maat’ bedienen. Daar moet je dan natuurlijk wel het lesmateriaal voor hebben. Met Wired heb je binnenkort de beschikking over lesmateriaal op vier niveaus: vmbo-bk, vmbo-kgt, havo/vwo en vwo. Als je bijvoorbeeld een vmbo-kgt-klas met een of meer minder taalvaardige leerlingen hebt, dan kun je ze met behulp van de beheermodule van Wired (bepaalde onderdelen van) het lesmateriaal van vmbo-bk toewijzen. Leerlingen die juist heel goed zijn in Engels, kun je de havo/vwo-oefeningen toewijzen (het havo/vwo-materiaal is beschikbaar vanaf 2019). Je doet dan dus eerst samen met de hele klas de digibordlessen, om vervolgens de leerlingen op individueel niveau aan de oefeningen en de taaltaak te laten werken.

Tip 2: Ga in gesprek met je leerlingen

Praten en schrijven doe je op je eigen niveau. Dat kan ook niet anders, omdat je niet beter kunt zijn dan je bent. Dat geldt ook voor je leerlingen. Om ze vaardigere, vlottere sprekers van het Engels te maken en om ze meer zelfvertrouwen te geven, hebben ze hulp nodig. Hulp die jij onder andere kunt bieden tijdens de klassikale digibordlessen van Wired met de input onder de ‘Lesson info’-knoppen. Die geven je handvatten voor het starten van een klassengesprek. In de digibordlessen duik je samen met je klas in de bronnen van de topic en motiveer je de klas om vervolgens met de oefeningen en de taaltaak aan de slag te gaan. Tijdens die lessen kun je lekker veel Engels praten en is er ruimte voor mondelinge interactie met de leerlingen: zo vorm je de brug tussen de input van Wired en de output van je leerlingen. Zo krijg je de kans om je leerlingen letterlijk op hun eigen niveau aan te spreken en feedback te geven en kun je ze helpen met het (beter) verwoorden van hun meningen en inzichten.

Tip 3: Laat leerlingen zelfstandig oefenen

Differentiatie kent verschillende vormen. Zo kun je differentiëren op niveau, tempo en ‘focus’. Door leerlingen zelfstandig te laten oefenen, kun je inspelen op de verschillende sterke en zwakke punten van individuele leerlingen. Voor niveaudifferentiatie kun je met behulp van de beheermodule in Wired heel gericht digitaal oefenmateriaal voor alle leerlingen klaarzetten (zie hierboven bij tip 1), op individueel niveau dus. Ze kunnen hier zelfstandig mee aan de slag, omdat ze automatisch feedback krijgen op hun antwoorden. Tempodifferentiatie gaat vanzelf: omdat de leerlingen zelfstandig met de oefeningen aan de slag kunnen (bijvoorbeeld met de aparte digitale lees- en luisteropdrachten in elke periode), bepalen zij het tempo. Hoe snel ze gaan, kun je zien via de beheermodule, waardoor je greep houdt op hun voortgang en kunt bijsturen waar nodig. Met ‘focus’ bedoelen we dit: sommige leerlingen zijn goed of juist minder goed in bijvoorbeeld grammatica of luistervaardigheid. Die kun je minder of meer aandacht aan de grammatica- of luisteroefeningen in de digitale werkbladen laten besteden. Ook dit kun je sturen via de beheermodule: je zet klaar wat jij voor elke leerling het meest geschikt vindt.

Tip 4: Zet de apps van Wired in voor individueel gebruik

Wired heeft twee apps: een voor woordjes (momenteel gebruiken we Memrise daarvoor) en een voor grammatica. Die kun je elk moment van de les (en buiten de les) inzetten om je leerlingen met Engels te laten oefenen. Differentiatie gaat hierbij als vanzelf. Het zijn namelijk adaptieve apps die zich aanpassen aan het niveau en de snelheid van de leerlingen. Woordjes die problemen opleveren, komen vanzelf terug. Leerlingen die snel en goed zijn in het leren van woordjes worden beloond. Voor grammatica geldt hetzelfde. We hebben de Engelse grammatica in kleine stukjes opgedeeld, waardoor leerlingen trapsgewijs kunnen oefenen en leren. Leerlingen die goed zijn, worden gestimuleerd op een hoger niveau met complexere onderwerpen te oefenen. Leerlingen die moeite met bepaalde onderdelen hebben, krijgen automatisch eenvoudiger oefenmateriaal (en uitleg) aangeboden. En extra oefenen kan altijd. Allemaal op maat.

Tip 5: Beoordeel de taaltaakproducten van je leerlingen individueel

Wired is een leergang die gebaseerd is op task-based learning. Elke topic eindigt met een taaltaak en mondt uit in een taalproduct. Dat product kun je beoordelen aan de hand van een rubric, waarbij wij ervan uitgaan dat je niet elke ‘misser’ van je leerlingen aanstreept of beoordeelt, maar dat je naar de kwaliteit van het product in zijn geheel kijkt. Zo’n zogeheten holistische beoordeling kost je niet veel tijd en kun je afstemmen op wat je al weet van je leerling. Het doel van het taalproduct zit ‘m niet alleen in het eindresultaat, maar ook in het proces. Het gaat erom dat leerlingen op hun eigen niveau aan de uitvoering van de taaltaak werken en dat ze gaandeweg, door met Engels bezig te zijn en door van jou en van andere leerlingen feedback te krijgen, steeds beter worden. Zo leren leerlingen individueel, maar ook samen.

Lees meer over differentiëren met Wired.

Lestips