Door: Marcel Lemmens, hoofdredacteur Wired

Dit was een van de vragen van derdejaarsstudenten van de Universiteit Utrecht op maandag 16 december. Rianne Mulder, ambassadeur van PLOT26 en Wired, en Marcel Lemmens, hoofdredacteur Wired, verzorgden er een gastcollege in het kader van een keuzeprogramma voor studenten van verschillende faculteiten. Of eigenlijk: twee colleges. Er was zo veel belangstelling voor het onderwerp dat er twee groepen konden worden geformeerd.

Waarom zijn er methodes?

Doel van de interactieve presentatie was om studenten een beeld te schetsen van het nut en de noodzaak van methodes zoals PLOT26 en Wired. Dat gebeurde aan de hand van vier kernvragen en enkele voorbeelden uit PLOT26 en Wired. De eerste vraag was waarom er methodes zijn. De studenten konden hun ideeën in Padlet zetten om ze vervolgens in de groep te bespreken. De kern: omdat methodes docenten en leerlingen houvast bieden, omdat ze kwaliteit, kerndoelen en consistentie borgen en omdat ze docenten ontlasten. Leermiddelenmakers bieden zekerheid. Daardoor hoeven docenten niet zelf aantrekkelijk lesmateriaal te ontwikkelen. Daar hebben ze immers vaak zelf geen tijd voor.

Voor wie maken we methodes?

Interessant was ook de discussie over de doelgroep. Dus voor wie maken we methodes? In veel opmerkingen stond de docent centraal. Terecht. Die moeten we overzicht en helderheid bieden zodat ze hun lessen goed vorm kunnen geven. Een docent moet zich helemaal senang voelen bij een methode en het gevoel hebben dat leerlingen het vak leren. Maar uiteindelijk zijn de leerlingen de leerders. Die moeten we prikkelen en motiveren tot leren. Daarom kiest Blink ervoor om bij de ontwikkeling van nieuw materiaal altijd bij de leerlingen te beginnen. Met leerlingenpanels en heel veel onderzoek en gesprekken. Zo komen we tot verrassende onderwerpen, zoals de moord op John F. Kennedy in Wired of een verhaal over de morele dilemma’s van dronepiloten in PLOT26. Daarmee hebben we meteen het antwoord op de vraag ‘Wat voor soort materiaal stop je in een methode?’ en op de openingsvraag van de student ‘Waarom doen jullie bij Blink het anders?’. PLOT26 en Wired onderscheiden zich door onderwerpen die zijn gekozen door leerlingen. Leren begint in de visie van Blink bij motiveren. Pas als je de volle aandacht van leerlingen hebt, gebeurt er echt iets in hun hoofd en staan ze open om nieuwe dingen te ontdekken en te leren.

Geen didactische verrassingen

De slotvraag was hoe Blink ervoor zorgt dat de lessen vlot en doordacht verlopen. Bij Wired gebeurt dat bijvoorbeeld door een vaste opbouw gebaseerd op een vijftraps scaffolding-model van de Universiteit van Melbourne (engagement, building knowledge, transfer, presentation, reflection). Die structuur zit in alle periodes. Dit betekent dat docenten nooit voor didactische verrassingen komen te staan en dat ze alle aandacht kunnen vestigen op de telkens weer inspirerende inhoud en op hun leerlingen!

Wil je meer weten over werken met Wired? Hier lees je er alles over!